Een update van het Repaircafé in Alblasserdam. Het Repaircafé bestaat nu 2 ½ jaar. Het is allemaal wel anders dan in het begin. Toen waren er veel statushouders die blij waren dat er iets te doen was. Nu hebben de meesten wel heel wat anders te doen. Hun gezinnen zijn er en die eisen hun aandacht op. Ze moeten zich een werkplek verwerven die leidt tot een inkomen…en dat is dan stage, werknemerschap of ondernemerschap.

En dat kan het Repaircafé niet bieden. Wél kunnen we helpen met adviezen of met allerlei formulieren die moeilijk te begrijpen zijn.

Toch zijn er nog een aantal statushouders. Die zijn later binnengekomen en moeten hun taal- en burgerschapscursus nog afronden, of het zijn mannen die moeilijk aan het werk komen.

We hebben ook onze niet-statushouder, de fietsenmaker. Het is voor hem nog steeds een grote zorg; hij en zijn vrouw wonen hier al lang, maar nog steeds hebben ze geen rechten, en dat is een onzeker leven.

We hebben ook Nederlandse pensioenado’s aan het werk. Deze zijn onmisbaar vanwege de technische kennis en de communicatie daarover. Van de negen medewerkers zijn er namelijk vier die geen technisch inzicht hebben en die ook gebrekkig Nederlands spreken en begrijpen. We moeten daarom ook heel eenvoudige karweitjes hebben. Soms zijn die karweitjes er niet en dan verblijven deze mannen er voor de gezelligheid, schenken van koffie, helpen bij de werkers, etc.

Voor hen is het enorm belangrijk dat ze kunnen vertellen dat ze werkzaam zijn in het repairwerk.

Behalve eenvoudige klussen hebben we ook moeilijke klussen. We hebben al heel wat ‘wonderen’ verricht.

Dat brengt me bij onze klanten. We hebben best een grote hulpfunctie onder de statushouders in het dorp. Velen hebben we al geholpen aan een gerepareerde fiets, een doorgegeven naaimachine, een hersteld stuk keuken apparatuur. In het gebouw, het Participand, zit ook helpende handen. Dat is een stageplaats voor Da Vinci – en het Hoornbeeckcollege. Statushouders die een MBO 2 opleiding doen vinden daar stagewerk door mensen thuis te helpen. Zij zitten dicht bij het vuur en brengen geregeld spullen mee, ook van hun klanten. Ook is de Burgerschapscursus in het gebouw geweest en het Da Vinci college nog steeds, waardoor er veel connectie is met statushouders. Velen van hen ook bekend via Sihva.

Behalve dat het repaircafé veel betekent voor statushouders, zijn we ook bekend bij buurtbewoners (en soms ook mensen van verder weg). De relatie met de Alblasserdammers wordt goed ondersteund door het feit dat we met ons repaircafé gebruik maken van de locatie van Yulius.

Yulius heeft twee dagen in de week een huiskamerinloop, waar mensen die last hebben van psychische problemen of eenzaamheid kunnen chillen, hobbyen, koken, etc. Deze mensen kennen ons en wij hen en Yulius en Repaircafé completeren elkaar in dat lokaal.

De verhouding tussen aanbod van werk en het aantal werkers is goed, maar van beide zouden we meer kunnen hebben. Meer werkers en meer werk, zodat de impact van dienstverlening groter wordt, die is nu kleiner dan oorspronkelijk de bedoeling was.

De werktijd is teruggebracht naar 1 ½ dag: De woensdag is er voor de klanten; en de donderdagmorgen, die naar behoefte tot in de middag kan uitlopen, wordt gebruikt om concentratiewerk te doen en de fietsklanten vlot te kunnen blijven bedienen.

In dit alles kan men zich afvragen waar het Evangelie van de Here Jezus Christus een rol speelt in dit geheel. Dat is natuurlijk niet heel gemakkelijk uit te leggen, maar in ieder geval in het dienen van de gemeenschap, in de sfeer in de werktijd, in de gesprekken waarin we stukje getuigenis kunnen neerleggen. Tenslotte wie wil meedoen in dit mooie werk, of wie iemand weet om voor wie dit heel geschikt zou zijn, geef maar bij mij op (zwartg54@gmail.com).

Vriendelijke groet, Gertjan Zwart